ECLI:NL:CRVB:2015:228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellante, geboren in Sierra Leone en sinds 2002 in Nederland verblijvend, had kinderbijslag ontvangen totdat haar verblijfsvergunning voor asiel voor bepaalde tijd verliep. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stopte de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2009 omdat zij geen geldige verblijfsvergunning meer had en daardoor niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Na diverse procedures verleende de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in november 2011 opnieuw een verblijfsvergunning, waarna appellante kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2011 weer werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de weigering over de periode 2009-2011 ongegrond, mede gelet op een arrest van de Hoge Raad uit 2012.
In hoger beroep betoogde appellante dat bijzondere omstandigheden, waaronder langdurige procedures over haar verblijfsstatus, tot een uitzondering op het koppelingsbeginsel moesten leiden. De Raad oordeelde echter dat appellante niet viel onder artikel 10 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden en dat de afwijzing van haar aanvraag voor voortgezette toelating rechtens onaantastbaar was. Ook uit internationaal recht volgde geen recht op kinderbijslag in de betwiste periode.
De Raad concludeerde dat er geen schrijnende omstandigheden waren die het koppelingsbeginsel buiten toepassing zouden moeten laten en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag over 2009-2011 wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.