Uitspraak
OVERWEGINGEN
.De echtgenote van [naam ex-werknemer], [naam echtgenote], heeft verklaard dat zij al vier tot vijf jaar gast is van het restaurant en dat zij appellant sindsdien als ober in de weekenden heeft zien werken.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2004 bijstand naast een WAO-uitkering. Tijdens een werkplekcontrole in juni 2012 werd appellant werkend aangetroffen in een restaurant, terwijl hij dit niet had gemeld. Diverse getuigen bevestigden dat appellant daar sinds 2008 regelmatig werkte. Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas besloot daarom de bijstand vanaf oktober 2008 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant dat hij vanaf 2008 onafgebroken werkzaamheden verrichtte en stelde dat hij slechts om sociale redenen aanwezig was. De Raad oordeelde echter dat aanwezigheid tijdens reguliere arbeidsuren op een werkplek de veronderstelling rechtvaardigt dat er op geld waardeerbare arbeid is verricht. Appellant kon dit niet aannemelijk maken.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard, intrekking en terugvordering bijstand bevestigd.