ECLI:NL:CRVB:2015:2226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste uitvoering terugvordering bijstandsuitkering na eerdere uitspraak
Appellanten ontvingen bijstand en het college trok deze bijstand terug over een lange periode vanwege het niet melden van een gezamenlijke huishouding. Na eerdere procedures en uitspraken, waaronder een vernietiging van eerdere besluiten door de Raad, stelde het college een nieuw bedrag van terugvordering vast.
In hoger beroep was de vraag of het college de uitspraak van de Raad van 14 mei 2013 correct had uitgevoerd, met name of het bedrag van de (mede)terugvordering juist was vastgesteld. Appellanten voerden aan dat de intrekking en terugvordering beperkt hadden moeten worden tot een kortere periode, verwijzend naar artikelen van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad oordeelde dat deze grond buiten de omvang van het geding viel en dat het college het bedrag correct had vastgesteld conform de eerdere uitspraak. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.