Uitspraak
- wijst het verzoek om wraking van mr. J. Brand af;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in dit hoger beroep niet in behandeling wordt genomen.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij brief van 27 maart 2015 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter mr. B.M. van Dun, dat op 22 april 2015 werd behandeld. Vervolgens heeft verzoeker op 28 april 2015 ook de leden van de wrakingskamer gewraakt. Bij de zitting van 8 juni 2015 heeft verzoeker mr. J. Brand gewraakt, die schriftelijk heeft gereageerd zonder ter zitting te verschijnen.
De Raad oordeelt dat het wrakingsverzoek moet zien op feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de individuele rechter betreffen. Verzoekers argument dat het wrakingsinstrument niet effectief is omdat rechters binnen hetzelfde college werken, wordt verworpen. Het wrakingsmiddel is bedoeld om gegronde vrees voor partijdigheid tegen te gaan en kan leiden tot behandeling door een andere rechter.
De Raad concludeert dat verzoeker misbruik maakt van het wrakingsrecht door herhaaldelijk wrakingsverzoeken in te dienen die niet op individuele onpartijdigheid zijn gebaseerd maar op een algemene kritiek op het systeem. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in dit hoger beroep niet in behandeling wordt genomen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.