ECLI:NL:CRVB:2015:217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens weigering re-integratie en niet opvolgen dienstopdrachten
Betrokkene was sinds 1998 werkzaam als psycholoog bij een penitentiaire inrichting. Na meldingen van ontoelaatbaar gedrag en samenwerkingsproblemen werd besloten dat betrokkene niet in de eigen inrichting kon re-integreren. De minister gaf dienstopdrachten om te verschijnen voor re-integratiegesprekken in een andere inrichting, maar betrokkene verscheen herhaaldelijk niet zonder geldige reden.
De minister stopte de salarisbetaling en verleende uiteindelijk ontslag op grond van het niet meewerken aan re-integratie en het niet opvolgen van dienstopdrachten. De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit omdat de minister niet in redelijkheid mocht eisen dat betrokkene zich in de andere inrichting meldde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: de minister mocht de re-integratie buiten de oorspronkelijke inrichting organiseren vanwege de samenwerkingsproblemen en integriteitsmeldingen. De minister was bevoegd en heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn ontslagbevoegdheid. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van betrokkene afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wordt bevestigd omdat hij zonder geldige reden niet is verschenen bij re-integratiegesprekken en dienstopdrachten niet heeft opgevolgd.