ECLI:NL:CRVB:2015:211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, sinds 2002 arbeidsongeschikt wegens fysieke en psychische klachten, kreeg in 2012 een herziening van zijn WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar hiertegen werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank onderschreef dit besluit en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met zijn medische klachten en beperkte taalvaardigheid, en dat de arbeidsdeskundige onvoldoende motiveerde dat de geduide functies binnen zijn beperkingen passen. Hij stelde ook dat een onafhankelijk deskundigenonderzoek noodzakelijk was.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie, inclusief psychologische rapporten, was betrokken. De beperkingen van appellant waren adequaat vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst. De arbeidsdeskundige had voldoende gemotiveerd dat appellant geschikt is voor de geduide functies, die geen bijzondere Nederlandse taalvaardigheid vereisen.
Verder concludeerde de Raad dat er geen aanwijzingen zijn dat appellant wegens ziekte of gebrek niet in staat is de Nederlandse taal te leren. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.