ECLI:NL:CRVB:2015:200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam in de bejaardenzorg en schoonmaak, viel uit wegens vermoeidheids- en pijnklachten en kreeg een WIA-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig werd bevonden en de arbeidskundige beoordeling passend.
In hoger beroep stelde appellante dat zij slechts 20 tot 25 uur per week kon werken en dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen. Zij bracht nieuwe medische stukken in, waaronder rapporten van een reumatoloog en revalidatiearts die fibromyalgie vaststelden, maar zonder nieuwe afwijkingen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen, voor zover medisch geobjectiveerd, adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren verwerkt. De door appellante gestelde urenbeperking vond geen steun in de medische stukken. Ook waren de geselecteerde functies passend bij haar belastbaarheid. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd.