ECLI:NL:CRVB:2015:196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Ziektewet-uitkering wegens loonaanspraak werkgever
Appellante trad op 15 november 2010 in dienst als verpleegkundige en was sinds 7 juni 2011 arbeidsongeschikt vanwege detentie en daaropvolgende plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Het UWV weigerde haar Ziektewet-uitkering omdat werkgever verplicht was loon door te betalen op grond van artikel 7:629 BW Pro.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante gegrond wegens niet-gehoord zijn, vernietigde het besluit van het UWV en handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante ging in hoger beroep tegen het standpunt dat de rechtsgevolgen in stand konden blijven.
De Raad oordeelt dat de opname in het psychiatrisch ziekenhuis een ziekteverzuim vormt waardoor appellante recht heeft op loon van haar werkgever tot 7 mei 2012. Hierdoor is het recht op Ziektewet-uitkering pas vanaf die datum ontstaan. Het feit dat de opname door de strafrechter werd bevolen, doet hieraan niet af. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het verzoek om wettelijke rente af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen Ziektewet-uitkering ontvangt over de periode waarin zij loonaanspraak op haar werkgever had.