ECLI:NL:CRVB:2015:1940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie tot datum toekenning IVA-uitkering zonder verdere verkorting
Appellante was werkzaam bij een werkgever en meldde zich ziek op 19 februari 2010. Zij vroeg op 20 oktober 2011 een WIA-uitkering aan. Het UWV besloot op 8 december 2011 de behandeling op te schorten en verlengde de loondoorbetalingsperiode vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever tot 15 februari 2013. Dit werd bevestigd na bezwaar.
De werkgever verzocht om verkorting van de loondoorbetalingsperiode, wat na arbeidskundig advies werd afgewezen. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de beroepsprocedure verkortte het UWV de loondoorbetaling tot 17 oktober 2012 en kende zij per 1 juli 2012 een IVA-uitkering toe.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat alleen de vraag restte of de loonsanctie verder moest worden bekort dan tot 1 juli 2012, hetgeen werd afgewezen. In hoger beroep voerde appellante aan dat de toekenning van de IVA-uitkering bevestigt dat zij slechts marginaal belastbaar was en verzocht zij om schadevergoeding.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat geen aanleiding bestaat tot verdere verkorting van de loonsanctie dan tot 1 juli 2012. De toekenning van de IVA-uitkering leidt niet tot de conclusie dat de werkgever geen re-integratieverplichtingen had. Tevens heeft appellante onvoldoende onderbouwd dat zij schade heeft geleden door het niet verder bekorten van de loonsanctie. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De loonsanctie wordt niet verder bekort dan tot 1 juli 2012 en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.