ECLI:NL:CRVB:2015:1938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig WIA-onderzoek en passendheid functies bij arbeidsongeschiktheid 55-65%
Appellante meldde zich op 11 juli 2011 ziek met psychische klachten en ontving een WIA-uitkering. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-80%, later aangepast naar 55-65% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functies passend.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat haar beperkingen niet juist waren meegenomen en dat geen van de functies geschikt was. Zij overhandigde medische stukken van na de beslissingsdata ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig en juist was, mede gebaseerd op medische gegevens tot de relevante data. De latere medische stukken waren niet relevant voor de beoordeling. Ook achtte de Raad de functies passend, omdat de arbeidsdeskundigen alle signaleringen hadden besproken en gemotiveerd waarom de functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.