Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt, voor zover aangevochten, de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een uitkering en toeslag op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Toeslagenwet. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) voerde een zorgvuldig onderzoek uit naar haar woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat zij vanaf 12 november 2011 een gezamenlijke huishouding voerde met [X.] op haar woonadres.
Op basis van waarnemingen, verklaringen en een onderzoeksrapport beëindigde het Uwv de toeslag en vorderde onverschuldigde betalingen terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet informeren over de gezamenlijke huishouding. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de toeslag terecht was ingetrokken, maar vernietigde de boete omdat het Uwv die niet langer handhaafde.
In hoger beroep betwistte appellante de gezamenlijke huishouding en stelde zij dat het onderzoek onzorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de eerdere bevindingen en oordeelde dat de feitelijke woonsituatie en wederzijdse zorg voldoende waren vastgesteld. De Raad bevestigde het oordeel dat sprake was van gezamenlijke huishouding en dat de toeslag terecht was beëindigd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante en [X.] een gezamenlijke huishouding voerden en dat de toeslag terecht is beëindigd.