Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld van appellante tegen het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen. Na een eerdere tussenuitspraak waarin het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, heeft het UWV het besluit nader onderbouwd met nieuwe medische rapporten en een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben op basis van de gewijzigde FML drie functies geselecteerd die passend zouden zijn voor appellante: loketbediende, telefonist/receptionist en magazijn/expeditie-medewerker. De Raad heeft overwogen dat deze functies medisch gezien geschikt zijn, ondanks de door appellante aangevoerde beperkingen zoals gehoorverlies.
Appellante stelde dat haar beperkingen onvoldoende waren meegenomen, maar de Raad vond dat dit onvoldoende objectief was onderbouwd. De medische stukken boden geen aanwijzingen dat de beperkingen zodanig waren dat de functies niet vervuld konden worden. De Raad bevestigde dat het UWV de beoordeling op juiste gronden heeft gebaseerd en dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV heeft terecht geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een WAO-uitkering en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.