ECLI:NL:CRVB:2014:3655
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- R.E. Bakker
- E.W. Akkerman
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellante verzocht om een WAO-uitkering met ingang van 20 september 2004, welke door het UWV werd geweigerd. Na bezwaar en een nader besluit bleef de uitkering geweigerd, waarop appellante beroep instelde. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep staat centraal of appellante per 22 april 2008 terecht minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
Diverse artsen stelden dat de in 2011 vastgestelde medische afwijkingen ook in 2008 al aanwezig waren, hoewel deze toen niet volledig waren opgemerkt. Het UWV baseerde zijn beoordeling op een Functionele Mogelijkhedenlijst van 2010 en concludeerde dat appellante minimaal 85% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
De Raad constateert dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is en een deugdelijke medische grondslag mist, mede omdat het UWV in 2011 wel een relevante mate van arbeidsongeschiktheid aannam op basis van dezelfde functionele beperkingen. Daarom draagt de Raad het UWV op het gebrek in het besluit te herstellen en wijst op de noodzaak tot nadere reactie op de door appellante opgeworpen vragen over het toepasselijke Schattingsbesluit.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen wegens onvoldoende medische motivering.