ECLI:NL:CRVB:2015:1638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds november 2010 bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een uitkeringsadres te Tilburg. Na een melding van de politie over aangetroffen verdovende middelen in oktober 2012, stelde de gemeente Tilburg een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand.
Het college trok bij besluit van mei 2013 de bijstand met ingang van 1 september 2012 in omdat appellanten vanaf die datum een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. Tevens werd de bijstand over de periode september 2012 tot april 2013 teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de bijstand ambtshalve naar de norm voor gehuwden had moeten worden vastgesteld omdat zij beiden bijstandbehoevend waren. De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was dit ambtshalve te doen zonder een aanvraag daarvoor.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat appellante ten onrechte bijstand ontving als alleenstaande ouder terwijl sprake was van een gezamenlijke huishouding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.