ECLI:NL:CRVB:2015:1536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 58 WAZ op beheersvergoeding dga
Appellant, voormalig directeur-grootaandeelhouder (dga), ontving een WAZ-uitkering die door het UWV werd verlaagd op grond van artikel 58 van Pro de WAZ vanwege inkomsten uit arbeid. Het geschil betrof de vraag of een beheersvergoeding van circa € 2.000 per maand die appellant ontving, als inkomsten uit arbeid moest worden beschouwd.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. In hoger beroep betoogde appellant dat de beheersvergoeding niet als inkomsten uit arbeid mocht worden meegeteld. Het UWV stelde dat appellant deze vergoeding fiscaal als belastbaar inkomen in box 1 had opgegeven en dat de Belastingdienst dit had geaccepteerd.
De Raad stelde vast dat volgens vaste rechtspraak de fiscale kwalificatie van inkomsten door de verzekerde en de Belastingdienst in beginsel leidend is voor de toepassing van artikel 58 WAZ Pro. Afwijking is slechts mogelijk bij bijzondere omstandigheden, die appellant niet had aangevoerd. Daarom oordeelde de Raad dat het UWV de beheersvergoeding terecht als inkomsten uit arbeid had aangemerkt en de WAZ-uitkering correct had aangepast.
De terugvordering van onverschuldigde uitkering werd eveneens gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de beheersvergoeding als inkomsten uit arbeid geldt en de WAZ-uitkering terecht werd verlaagd.