ECLI:NL:CRVB:2005:AU5218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op WAO- en WAZ-uitkering ondanks fiscale kwalificatie pensioendotaties
Appellant, voormalig directeur-grootaandeelhouder (DGA), maakte bezwaar tegen een korting op zijn WAO- en WAZ-uitkering over 1999 en 2000. De korting was gebaseerd op inkomsten uit arbeid, waaronder pensioendotaties door zijn BV. De fiscus kwalificeerde deze pensioendotaties niet als inkomsten uit arbeid, maar appellant stelde dat afwijking van deze fiscale kwalificatie gerechtvaardigd zou zijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat bij de beoordeling van inkomsten uit arbeid in beginsel de fiscale kwalificatie doorslaggevend is, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking rechtvaardigen. In dit geval oordeelde de Raad dat de pensioendotaties een direct voordeel vormen verbonden aan de werkzaamheden van appellant als DGA en daarmee als inkomsten uit arbeid moeten worden beschouwd.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de fiscale keuze rechtvaardigen. Ook was er geen sprake van dubbele heffing, omdat de pensioenuitkeringen later fiscaal worden belast en niet als inkomsten uit arbeid worden gekort op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de korting op de uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WAO- en WAZ-uitkering waarbij pensioendotaties als inkomsten uit arbeid worden aangemerkt.