ECLI:NL:CRVB:2015:1477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op IVA-uitkering wegens onvoldoende duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante voerde beroep aan tegen het besluit van het UWV om haar recht op een IVA-uitkering per 24 oktober 2011 te beëindigen, stellende dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De Centrale Raad van Beroep heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de Wet WIA en het medisch advies van verzekeringsartsen en een psychiater.
De Raad stelde vast dat de kern van het geschil de vraag is of appellante vanaf 24 oktober 2011 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 4 van Pro de Wet WIA. Hierbij is duurzaamheid gedefinieerd als een medisch stabiele of verslechterende situatie met een geringe kans op herstel. De medische beoordeling door verzekeringsartsen bezwaar en beroep, ondersteund door een rapport van psychiater Trompenaars, concludeerde dat behandeling mogelijk is en verbetering van belastbaarheid kan worden bereikt.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht het recht op IVA-uitkering heeft beëindigd omdat de medische onderbouwing inzichtelijk en overtuigend motiveert dat er mogelijkheden tot herstel zijn. Appellante heeft haar stelling onvoldoende met medische gegevens onderbouwd. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Den Haag werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het recht van appellante op een IVA-uitkering wordt terecht beëindigd wegens onvoldoende duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.