ECLI:NL:CRVB:2015:1424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid van ambtenaar na langdurige negatieve beoordelingen
Appellant was sinds 1983 werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek en bekleedde vanaf 2004 de functie van statistisch onderzoeker. Gedurende meerdere jaren kreeg hij negatieve beoordelingen, met name op het gebied van kwaliteit en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, ondanks intensieve begeleiding en cursussen.
In 2010 en 2011 werden beoordelingen vastgesteld die het functioneren van appellant als onvoldoende kwalificeerden, waarna de directeur-generaal besloot tot ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze besluiten in eerste aanleg.
In hoger beroep stelde appellant dat de beoordelingen onvoldoende waren onderbouwd en dat hij onterecht werd ontslagen omdat hij andere taken had willen uitvoeren die beter bij zijn kwaliteiten pasten. De Raad oordeelde dat de beoordelingen voldoende concreet en objectief waren onderbouwd, dat appellant voldoende gelegenheid tot verbetering had gekregen en dat het ontslag terecht was. De Raad bevestigde daarom de uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.