ECLI:NL:CRVB:2015:1408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende procesbelang bij hulp bij het huishouden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin zij in aanmerking werd gebracht voor hulp bij het huishouden voor een beperkte periode en uren. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. De Raad beoordeelt ambtshalve of appellante voldoende procesbelang heeft om het hoger beroep te behandelen.
De Raad stelt dat procesbelang vereist dat het met het beroep beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. In deze zaak betreft het besluit een periode in het verleden en hulp bij het huishouden in natura. Tevens erkent appellante dat zij geen schade heeft geleden door het besluit. Bovendien is er een nieuwe situatie ontstaan doordat de inwonende dochter van appellante inmiddels achttien jaar is en ook van haar gebruikelijke zorg wordt verwacht.
Gezien deze omstandigheden concludeert de Raad dat appellante onvoldoende procesbelang heeft en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.