ECLI:NL:CRVB:2015:1312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en fictieve inkomsten
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werkte vanaf juni 2012 via een arbeidsovereenkomst als verkoper voor 52 uur per week tegen een laag salaris. De gemeente Amsterdam stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij onder meer waarnemingen en een gesprek plaatsvonden.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug, omdat appellant niet had gemeld dat hij ook buiten reguliere werktijden op de werkplek aanwezig was en klanten hielp, wat op geld waardeerbare arbeid betreft. De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit deels, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het intrekkingsbesluit en de terugvordering over de juiste periode.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was het onderzoek in te stellen en dat de verklaringen van appellant en werkgever bevestigen dat appellant ook buiten werktijd werkzaamheden verrichtte. Appellant schond daarmee zijn inlichtingenplicht, waardoor de mate van bijstandbehoevendheid niet kon worden vastgesteld. Zijn beroep op een onmogelijke schuldpositie werd verworpen. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand met terugvordering wordt bevestigd.