ECLI:NL:CRVB:2015:1304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- W.J.A.M. van Brussel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Herroeping ontslag militair wegens onvoldoende bewijs van verregaande nalatigheid
Appellant trad in 2002 in militaire dienst met een aanstelling tot 2014. Na eerdere gedragsproblemen en geldboeten wegens ongeoorloofde afwezigheid, werd appellant in 2012 ontslagen wegens verregaande nalatigheid, omdat hij zonder melding de kazerne verliet tijdens ziekte. De minister handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hoewel het enkele feit niet ontslagwaardig was, de cumulatie met eerdere gedragingen het ontslag rechtvaardigde. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij niet ongeoorloofd afwezig was omdat hij ziek was en bereikbaar bleef.
De Raad oordeelde dat appellant weliswaar zijn verblijfplaats niet doorgaf, maar dat dit geen belemmering vormde voor controle of maatregelen, omdat de leidinggevende geen contact zocht. De eerdere gedragingen werden als niet ernstig genoeg beoordeeld om het huidige verzuim als verregaande nalatigheid te kwalificeren.
Daarom was het ontslagbesluit onterecht en werd het vernietigd. De minister werd veroordeeld in de kosten van appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van 8 augustus 2012 wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van verregaande nalatigheid.