ECLI:NL:CRVB:2012:BW7766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verregaande nalatigheid en terugkerende alcoholproblemen bij sergeant-majoor
Appellant, sergeant-majoor bij de Koninklijke marine, werd ontslagen wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten. Na een reeks functioneringsgesprekken en beoordelingen waarin sprake was van terugkerende problemen, waaronder te laat komen, onvoldoende inzetbaarheid en ongeoorloofde afwezigheid door overmatig drankgebruik, werd hij voorgedragen voor ontslag.
De minister verleende het ontslag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder k, van het Algemeen militair ambtenarenreglement. Appellant stelde bezwaar in, dat werd afgewezen, waarna hij in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vastgestelde tekortkomingen kunnen worden aangemerkt als verregaande nalatigheid en dat het patroon van alcoholproblemen een verantwoorde taakvervulling onmogelijk maakte.
Het beroep van appellant op het ontbreken van een ambtsbericht faalde, omdat de brief van de commandant als directe aanleiding tot het ontslag diende en appellant voldoende gelegenheid had gehad om zich te verantwoorden. Ook waren er geen persoonlijke omstandigheden die het ontslag in de weg stonden. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
De uitspraak benadrukt dat een reeks van tekortkomingen, zeker in combinatie met terugkerende alcoholproblemen, een ontslag rechtvaardigt, ook als eerdere waarschuwingen geen blijvende verbetering opleverden. De minister had een ruime ontslagtermijn gehanteerd, wat de proportionaliteit van het besluit ondersteunt.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens verregaande nalatigheid en terugkerende alcoholproblemen wordt bevestigd.