ECLI:NL:CRVB:2015:1241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Hij voerde medische klachten aan zoals restless legs syndrome, verhoogde PLMS-index en slaapapneu, en stelde dat er onvoldoende rekening was gehouden met een urenbeperking. Tevens betwistte hij de vaststelling van het maatmanloon.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond de medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen goed gemotiveerd en zag geen aanleiding om de urenbeperking verder te relativeren. De functie samensteller kunststof en rubberindustrie werd als niet passend beoordeeld, maar er bleven voldoende functies over om de arbeidsongeschiktheid te schatten.
Ook het maatmanloon werd juist vastgesteld op basis van 261 loondagen per jaar en een bruto uurloon van €17,41. De arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 35%, waardoor appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wijst het verzoek om WIA-uitkering en schadevergoeding af.