ECLI:NL:CRVB:2015:1206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens simulatie psychiatrisch toestandsbeeld
Appellante ontving sinds 4 augustus 2008 een WIA-uitkering die het UWV per 14 februari 2012 beëindigde wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank die het UWV terugzond voor een nieuw besluit, handhaafde het UWV de beëindiging op basis van nader onderzoek, waaronder een geweigerde klinische opname en een aanvullende psychiaterrapportage.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht aannam dat appellante simuleerde, mede omdat zij de opname weigerde die nodig was om de diagnose te bevestigen of te ontkrachten. De suggestie dat de vraagstelling aan het ziekenhuis sturend was, werd verworpen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad wees erop dat ook een andere psychiater het onderzoek had kunnen uitvoeren en dat appellante ook die optie weigerde. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens simulatie en afwezigheid van arbeidsongeschiktheid.