ECLI:NL:CRVB:2015:1099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-dagloon wegens onveranderde arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 12 november 2004 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met een dagloon van €34,94. Ondanks dat appellant vanaf 11 september 2006 productiewerk verrichtte en de uitkering in bepaalde periodes werd aangepast onder artikel 44 van Pro de WAO, bleef zijn arbeidsongeschiktheid volgens het UWV onveranderd hoog.
Appellant verzocht in 2012 om herziening van zijn dagloon op grond van artikel 40, eerste lid, van de WAO, waarbij hij stelde dat hij voldeed aan de voorwaarden voor herziening en zich niet juist geïnformeerd voelde door het UWV. Dit verzoek werd geweigerd omdat geen toename van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant niet kon worden gevolgd in zijn standpunt dat zijn uitkering was beëindigd en dat de schorsing van de uitkering in 2007 ongedaan was gemaakt. Tevens werd geoordeeld dat het eerdere besluit van 2011 geen toezegging inhield tot herziening na de wachttijd.
De Raad liet de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO en de informatieverstrekking door het UWV buiten beschouwing, omdat deze niet relevant waren voor de vraag of aan artikel 40 was Pro voldaan. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van herziening van het WAO-dagloon wordt bevestigd.