ECLI:NL:CRVB:2015:1039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken verblijfstitel volgens AKW
Appellante, vermoedelijk van Burundische nationaliteit, vroeg kinderbijslag aan voor haar in Nederland geboren dochter. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet verzekerd is voor de AKW vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel zoals vereist in artikel 6, tweede lid, van de AKW.
De Raad oordeelt dat appellante aan het nationale recht geen recht op kinderbijslag kan ontlenen en dat uit het internationale recht, waaronder het EVRM, IVRK en VN-Vrouwenverdrag, niet kan worden afgeleid dat zij niet mag worden uitgesloten van de verzekering. Het beroep op artikel 8 en Pro 14 EVRM in samenhang, alsmede op andere internationale verdragen, slaagt niet vanwege het ontbreken van schrijnende omstandigheden.
De Raad wijst ook het verzoek af om de zaak aan te houden in afwachting van een beslissing van het VN-Mensenrechtencomité, omdat dit langdurige vertraging zou opleveren en geen directe consequenties heeft voor het hoger beroep.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel.