ECLI:NL:CRVB:2014:918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- J.Th. Wolleswinkel
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf en belangenafweging
Betrokkene was sinds 1998 werkzaam bij de gemeente Rotterdam als medewerker cameratoezicht. Zij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens opzettelijke brandstichting en beschadiging, met bijzondere voorwaarden waaronder behandeling bij een forensische polikliniek. Het college verleende haar ontslag op grond van artikel 95, eerste lid, onder a, van het Ambtenarenreglement wegens deze onherroepelijke veroordeling.
De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit omdat zij oordeelde dat het college onvoldoende een evenwichtige belangenafweging had gemaakt, met name omdat het belang van betrokkene bij voortzetting van het dienstverband elders binnen de gemeente onvoldoende was betrokken. De rechtbank vond onvoldoende onderbouwing voor een ernstig risico bij handhaving binnen de gemeente, mede gezien de ziekte van betrokkene.
In hoger beroep stelde het college dat het ontslag zorgvuldig was afgewogen, waarbij het belang van de functie, de onmogelijkheid tot het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag en de integriteitsschade zwaar wogen. De Centrale Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot ontslag en dat het belang van het college bij beëindiging van het dienstverband zwaarder woog dan het belang van betrokkene bij voortzetting, mede gelet op de aard van de delicten, de psychische stoornis van betrokkene en de integriteitseisen van de functie.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.