ECLI:NL:CRVB:2014:915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning hulp bij het huishouden voor 2,5 uur per week op grond van WMO
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen om haar hulp bij het huishouden toe te kennen voor 2 uur en 30 minuten per week in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het college had dit besluit genomen op basis van medische adviezen van GGD-artsen en een rapport van een orthopedisch chirurg, waarin werd vastgesteld dat appellante ernstige beperkingen heeft door coxartrose aan de rechterheup.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij en haar echtgenoot volgens de normen voldoende gecompenseerd waren en de woning geschikt was voor gedoseerde huishoudelijke werkzaamheden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij recht had op ten minste vijf uur hulp per week vanwege haar medische situatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter volledig de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat het college op goede gronden het besluit had genomen. Appellante bracht geen nieuwe medische gronden aan die een andere beoordeling rechtvaardigden. Ook de tijdelijke vrijstelling van arbeidsverplichtingen op grond van de Wet werk en bijstand leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de toekenning van 2 uur en 30 minuten hulp bij het huishouden per week. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van 2 uur en 30 minuten hulp bij het huishouden per week wordt bevestigd.