ECLI:NL:CRVB:2014:900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellanten ontvingen sinds 1995 bijstand en werden onderzocht naar aanleiding van een melding over hun bezit van meerdere auto’s. Uit onderzoek bleek dat zij tussen 2007 en 2011 een groot aantal kentekens op hun naam hadden, met korte tenaamstellingen en transacties zoals verkoop, export en sloop. Hoewel appellanten stelden dat het om een hobby ging, concludeerde de Raad dat er sprake was van handelsactiviteiten.
Appellanten hadden facturen overgelegd van in- en verkoop, maar konden niet aantonen wat de opbrengsten waren omdat geen volledige aankoop- en verkoopbewijzen aanwezig waren. Hierdoor kon het college het recht op bijstand over de transactiemaanden niet vaststellen. De Raad oordeelde dat appellanten hun wettelijke inlichtingenverplichting hadden geschonden door deze transacties niet te melden.
De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard, maar de Raad bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand over de transactiemaanden, met uitzondering van enkele maanden zonder transacties. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 maart 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand over transactiemaanden wegens schending van de inlichtingenverplichting.