ECLI:NL:CRVB:2014:755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenverplichting over woonsituatie
Appellant diende op 23 september 2011 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij verklaarde bij zijn moeder te wonen. Na een aanvraag om het uitkeringsadres als briefadres te gebruiken ontstond twijfel over zijn feitelijke woonsituatie. Het college voerde daarop een onderzoek uit, waarbij verklaringen van de moeder en een buurvrouw werden verzameld die stelden dat appellant niet daadwerkelijk bij zijn moeder woonde.
Het college wees de aanvraag af wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting, omdat appellant onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens aanleverde om de onduidelijkheid weg te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaringen van de moeder en buurvrouw, evenals de latere verklaringen van buurtbewoners, onvoldoende waren om de woonsituatie van appellant in de relevante periode vast te stellen. Ook het argument dat de verklaring van de moeder niet rechtsgeldig was, werd verworpen. De Raad bevestigde dat appellant zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen en dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting over de woonsituatie.