Uitspraak
30 mei 2012, 11/9781 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een ambtenaar met psychische beperkingen, was gedeeltelijk arbeidsongeschikt en werkte na ziekte in beperkte mate via een bovenformatieve plaatsing bij het Bureau Kinderopvang. Het college verleende haar ontslag wegens volledige ongeschiktheid, zonder een adequaat herplaatsingsonderzoek uit te voeren zoals vereist in artikel 7:9 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG).
De Raad oordeelt dat het college tekort is geschoten in haar verplichtingen omdat geen reële herplaatsingsmogelijkheden binnen of buiten de gemeente zijn onderzocht. De feitelijke werkzaamheden van appellante en adviezen van de bedrijfsarts tonen aan dat zij niet volledig arbeidsongeschikt was, zodat het ontslag niet gerechtvaardigd is zonder herplaatsingsonderzoek.
De mededeling van het UWV dat een WIA-claimrapportage voldoende basis bood voor ontslag doet hieraan niet af. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het ontslagbesluit, en bepaalt dat het college de kosten van de procedure aan appellante vergoedt. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw traject waarin de mogelijkheden tot passende arbeid opnieuw worden onderzocht.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van een herplaatsingsonderzoek en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.