Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 974,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, had studiefinanciering toegekend aan betrokkene op basis van uitwonende norm. Na een huisbezoek op het GBA-adres, waarbij toestemming was verleend door de hoofdbewoner, werd de studiefinanciering herzien naar thuiswonende norm en het te veel betaalde bedrag teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege inbreuk op het huisrecht van betrokkene, omdat de controleurs zonder toestemming haar kamer betraden. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de toestemming van de hoofdbewoner voldoende was, omdat de kamer niet bestemd was tot exclusief woongebruik van betrokkene.
Toch concludeert de Raad dat de bevindingen van het huisbezoek onvoldoende feitelijke grondslag bieden om aan te nemen dat betrokkene niet op het GBA-adres woonde. Betrokkene had immers al in bezwaar aangegeven intern te verhuizen, en er waren verklaringen en bewijsstukken die haar woonsituatie ondersteunden. Appellant had nader onderzoek moeten verrichten maar deed dit niet, waardoor de herziening en terugvordering onterecht waren.
De Raad bevestigt daarom de vernietiging van het bestreden besluit en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De herziening van studiefinanciering en terugvordering wegens vermeend niet-wonen op het GBA-adres is onterecht; het bestreden besluit wordt bevestigd en appellant veroordeeld in proceskosten.