ECLI:NL:CRVB:2014:488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek loskoppeling aanvullende beurs wegens ontbreken ernstig en structureel conflict met moeder
Appellante verzocht bij de vaststelling van haar aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van haar moeder, omdat er sprake zou zijn van een ernstig en structureel conflict tussen hen. De rechtbank Amsterdam wees dit verzoek af, omdat niet voldaan was aan de wettelijke criteria voor loskoppeling zoals opgenomen in de Wet studiefinanciering 2000 en het Besluit studiefinanciering 2000.
In hoger beroep stelde appellante dat de relatie met haar moeder ernstig verstoord was door geestelijke druk en emotionele chantage, wat haar studie en functioneren negatief beïnvloedde. De Raad overwoog dat hoewel de relatie verstoord en pijnlijk is, dit niet voldoet aan de hoge drempel van een ernstig en structureel conflict dat loskoppeling rechtvaardigt. Er was geen sprake van ernstig lichamelijk of geestelijk geweld of een vergelijkbaar fundamenteel conflict.
De Raad nam ook mee dat verklaringen van mentoren en zorgcoördinatoren geen belemmering van de studie voortvloeien uit de moeizame relatie. Ook de verwijzing naar een psycholoog bracht geen ander oordeel mee, omdat deze niet kon verklaren over de relevante periode en de klachten pas recent waren ontstaan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om het inkomen van de moeder buiten beschouwing te laten bij de aanvullende beurs wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ernstig en structureel conflict.