ECLI:NL:CRVB:2014:4421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing stimuleringspremie op grond van Besluit Sociaal Flankerend Beleid sector Rijk
Appellant, werkzaam als senior adviseur bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, diende een aanvraag in voor een stimuleringspremie van twaalf maandsalarissen onder het Besluit Sociaal Flankerend Beleid sector Rijk 2008-2012. De minister wees de aanvraag af omdat deze na de looptijd van het besluit was ingediend en kende een vergoeding toe op grond van artikel 69 ARAR Pro van negen maandsalarissen.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit en oordeelde dat de minister ten onrechte het Besluit SFB niet had toegepast bij de vaststelling van de vergoeding, maar hield de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hem ten onrechte een lagere vergoeding was toegekend en dat sprake was van een onzorgvuldige en willekeurige procedure, alsmede vooringenomenheid.
De Raad overwoog dat appellant bij onverkorte toepassing van het Besluit SFB recht zou hebben gehad op vijf maandsalarissen en dat de minister de vergoeding op basis van het ARAR passend had vastgesteld. De procedure was zorgvuldig en er was geen sprake van willekeur of strijd met het gelijkheidsbeginsel. Ook het verwijt van vooringenomenheid werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevochten. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de stimuleringspremie bevestigd.