Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg in 2011 en 2012. Het zorgkantoor trok het pgb in april 2012 in vanwege het niet tijdig verantwoorden van de besteding. Appellant diende een bezwaarschrift in na de wettelijke termijn, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard door het zorgkantoor en deze beslissing werd bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit niet op de juiste wijze aan hem was bekendgemaakt, omdat het alleen aan zijn bewindvoerder was gestuurd. Hierdoor zou de bezwaartermijn niet zijn gestart. De Raad oordeelde dat appellant belanghebbende is en het besluit rechtsgeldig aan de bewindvoerder was toegezonden, waarmee de termijn correct was gestart.
De Raad concludeerde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en dat er geen verschoonbare reden voor de overschrijding was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit is niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.