ECLI:NL:CRVB:2013:2051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot terugwerkende verhoging gemeentelijke toeslag WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en een verlaagde toeslag omdat hij samenwoonde met zijn hulpbehoevende broer. Het college verlaagde de toeslag in 2008 tot 10%, waarna appellant in 2010 verzocht om verhoging tot 20% met terugwerkende kracht vanaf 2003 wegens langdurige zorg voor zijn broer.
Het college verhoogde de toeslag vanaf 1 mei 2010, maar wees het verzoek om terugwerkende kracht af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de hulpbehoevendheid van de broer leidde tot recht op toeslag vanaf 1 mei 2010, maar dat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die een terugwerkende verhoging rechtvaardigen. Onbekendheid met regelgeving en het niet eerder aanvragen van verhoging vormen geen bijzondere omstandigheden. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De toeslag wordt verhoogd tot 20% vanaf 1 mei 2010, maar niet met terugwerkende kracht vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.