ECLI:NL:CRVB:2014:4217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering herziening AAW/WAO-uitkering en beoordeling Wajong-rechten
Betrokkene vroeg herziening van de grondslag en het dagloon van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering per 1 januari 1998, waarbij hij stelde dat de berekening onjuist was en hij aanspraak maakte op een Wajong-uitkering op basis van het minimumloon.
Appellant, het UWV, wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een terugkomen op het eerdere besluit rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde echter dat appellant betrokkenes aanspraken op een Wajong-uitkering per 1 januari 1998 en daarna opnieuw moest vaststellen, maar trad daarmee buiten de grondslag van het beroepschrift.
In hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank omdat deze buiten de grenzen van het beroepschrift was getreden. De Raad onderschreef het oordeel dat de uitkering per 1 januari 1998 een WAO-uitkering betrof en geen Wajong-uitkering. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.