ECLI:NL:CRVB:2014:4172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en nevenwerkzaamheden tijdens ziekteverzuim
Appellant was sinds 2001 vrijwilliger bij de politie en daarnaast werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee (Kmar). Tijdens ziekteverzuim bij de Kmar verrichtte hij nevenwerkzaamheden als vrijwilliger bij de politie, zonder zijn leidinggevenden en bedrijfsarts volledig te informeren over de re-integratie-adviezen. Dit leidde tot een besluit van onvoorwaardelijk ontslag door de korpschef.
Appellant voerde aan dat zijn psychische gesteldheid na het overlijden van zijn moeder het gedrag verklaarde en dat hij toestemming had voor de nevenwerkzaamheden. De Raad oordeelde echter dat appellant ook vóór het overlijden van zijn moeder tijdens ziekteverzuim bij de Kmar werkzaamheden bij de politie verrichtte en dat hij zijn leidinggevenden niet volledig had geïnformeerd.
Daarnaast werd appellant verweten dat hij zonder toestemming spullen had laten ophalen en zich in een e-mail respectloos had uitgelaten over de politieregio. De Raad vond dat deze gedragingen plichtsverzuim vormden en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het verzuim.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De uitspraak bevestigt dat integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid zwaar wegen bij ambtelijke functies en dat het niet naleven daarvan kan leiden tot ontslag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt bevestigd.