ECLI:NL:CRVB:2014:4122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-besluit wegens onvoldoende medische onderbouwing met instandhouding rechtsgevolgen
Appellante was procesoperator en viel wegens psychische klachten uit op 10 november 2008. Het UWV stelde bij besluit van 17 januari 2011 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en de geselecteerde functies ongeschikt waren, onderbouwd met medische rapporten en een psychiatrisch expertise. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die een aanvullend rapport uitbracht en een beperkte aanpassing van de FML adviseerde. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden daarna de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35%.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en consistent was en volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige. Omdat pas in hoger beroep een juiste medische en arbeidskundige onderbouwing was gegeven, vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.