ECLI:NL:CRVB:2014:4031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 17e en 18e verjaardag
Appellant vroeg op grond van de Wet Wajong een arbeids- en inkomensondersteuning aan vanwege een aangeboren gehoorbeperking en psychische klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af omdat er onvoldoende objectieve medische gegevens waren die aantoonden dat appellant op zijn 17e en 18e verjaardag arbeidsongeschikt was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de doofheid en de psychische klachten niet voldoende onderbouwd waren met medische stukken die een arbeidsongeschiktheid op die leeftijd bevestigen. Ook het volgen van onderwijs en het ontbreken van diploma's konden niet als bewijs dienen voor volledige arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij sinds zijn puberteit psychische klachten had die volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen, ondersteund door een brief van een GZ-psycholoog. De Raad oordeelde echter dat deze brief geen aanwijzingen gaf voor ernstige psychische klachten op de relevante leeftijden en dat de eerdere beoordeling van de verzekeringsarts correct en zorgvuldig was.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een nader onderzoek door een onafhankelijke deskundige af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid op de relevante leeftijd.