ECLI:NL:CRVB:2014:4011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WIA-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid per 9 november 2011. Het UWV had aanvankelijk vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, maar dit werd bij bezwaar herzien naar ongeveer 37% arbeidsongeschiktheid, waardoor recht op uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze vaststelling ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de medische onderbouwing van het besluit niet zorgvuldig was en dat niet alle beperkingen waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad overwoog dat de verzekeringsgeneeskundige rapporten zorgvuldig en deugdelijk waren opgesteld, inclusief aanvullingen op basis van medisch dossieronderzoek en lichamelijk onderzoek. De door appellant overgelegde rapporten van een alternatieve geneeskundige werden niet als medisch objectief relevant beschouwd.
Verder concludeerde de Raad dat de arbeidsdeskundige rapportage aannemelijk maakte dat appellant in staat was om functies te vervullen die binnen zijn beperkingen vielen en ten minste 63% van het maatmaninkomen konden opleveren. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.