ECLI:NL:CRVB:2014:3993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijke autotransacties deels vernietigd
Appellanten ontvingen vanaf 1998 bijstand en werden onderzocht wegens vermoedelijke adresfraude, waarbij bleek dat meer dan dertig voertuigen op naam van appellant stonden, waarvan het merendeel geëxporteerd was. Het college trok de bijstand over 22 maanden in en vorderde kosten terug wegens niet opgegeven autotransacties.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de intrekking over mei 2011 onterecht was omdat de auto langer dan drie maanden op naam stond. Voor zestien andere maanden handhaafde de Raad de intrekking vanwege onvoldoende bewijs dat het om eigen gebruik ging en het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
Appellanten betoogden identiteitsfraude en eigen gebruik, maar konden dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat registratie op naam van appellant de veronderstelling van eigendom schept en dat appellanten onvoldoende concrete gegevens over transacties en inkomsten hadden verstrekt. De Raad vernietigde het bestreden besluit deels, beperkte de terugvordering en veroordeelde het college in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over mei 2011 wordt vernietigd, terugvordering over zestien maanden bevestigd en het college veroordeeld in proceskosten.