ECLI:NL:CRVB:2014:3850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag zonder geldige verblijfsvergunning ondanks internationale verdragen
Appellante, afkomstig uit Burundi en sinds 2005 in Nederland verblijvend, heeft twee in Nederland geboren kinderen. Zij ontving eerder kinderbijslag, maar dit werd beëindigd toen haar verblijfsvergunning verviel. Na een nieuwe aanvraag werd kinderbijslag afgewezen omdat zij niet verzekerd was volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.
De rechtbank wees het beroep van appellante af, waarna zij in hoger beroep stelde dat internationale verdragen zoals het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) en het VN-Vrouwenverdrag haar recht op kinderbijslag zouden moeten beschermen. Tevens wees zij op haar eerdere kinderbijslag, bijstandsuitkering en huidige verblijfsvergunning.
De Raad overwoog dat het nationale recht geen recht op kinderbijslag verleent zonder geldige verblijfsvergunning en dat internationale verdragen en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) dit niet anders maken. Er waren geen schrijnende omstandigheden die het koppelingsbeginsel buiten toepassing zouden laten. Het beroep op internationale verdragen werd verworpen, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante zonder geldige verblijfsvergunning geen recht heeft op kinderbijslag.