ECLI:NL:CRVB:2014:3804

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 november 2014
Publicatiedatum
19 november 2014
Zaaknummer
13-748 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit terugvordering WW-uitkering en toewijzing proceskostenveroordeling

De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Assen over de vaststelling van een terugvorderingsbedrag van een WW-uitkering. Na een tussenuitspraak op 5 maart 2014 heeft het UWV op 8 mei 2014 een gewijzigde beslissing genomen waarin het terugvorderingsbedrag werd aangepast en rechtsbijstandkosten deels werden vergoed.

Appellant stemde in met het nieuwe terugvorderingsbedrag van € 328,90, maar vorderde een hogere vergoeding van proceskosten en wettelijke rente. Het UWV stelde dat de zaken van appellant en twee anderen samenhangend waren en bood een totaalbedrag aan proceskostenvergoeding aan. De Raad oordeelde echter dat het ging om verschillende besluiten en procedures, waardoor geen sprake was van samenhangende zaken.

De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten van € 2.435,- en het betaalde griffierecht. De vergoeding van wettelijke rente werd als niet meer in geschil beschouwd vanwege eerdere betalingen door het UWV.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

13/748 WW
Datum uitspraak: 19 november 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van
27 december 2012, 11/788 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft op 5 maart 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:987) een tussenuitspraak gedaan.
Het Uwv heeft op 8 mei 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft een zienswijze op het nadere besluit ingediend waarop het Uwv heeft gereageerd.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet is afgezien van een nader onderzoek ter zitting en is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad verwijst voor een uiteenzetting van de feiten waarvan hij bij zijn oordeelsvorming uitgaat naar zijn tussenuitspraak van 5 maart 2014.
2. Met het besluit van 8 mei 2014 heeft het Uwv het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek hersteld. Het Uwv heeft de terugvordering van het voorschot op de uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) in afwijking van de eerdere besluitvorming nader vastgesteld op € 328,90. Het Uwv heeft de kosten van rechtsbijstand in bezwaar vergoed tot een bedrag van € 487,-.
3.1.
Appellant heeft medegedeeld zich te kunnen verenigen met de nieuwe berekening van het Uwv en het daaruit voortvloeiende terugvorderingsbedrag. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 2.435,-, alsmede schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente ter hoogte van € 1.488,91.
3.2.
Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat de zaken van appellant, [naam 1] en[naam 2], die ter zitting van de Raad op 11 december 2013 gevoegd zijn behandeld, aan te merken zijn als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit). Het Uwv heeft zich bereid verklaard in deze drie zaken een totaalbedrag van € 2.435,- aan proceskosten te vergoeden. Het Uwv heeft verder gesteld dat inmiddels aan appellant een bedrag aan wettelijke rente is vergoed van € 1.541,39.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Uit overwegingen 4.2 tot en met 4.5 van de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit moeten worden vernietigd.
4.2.
Met het besluit van 8 mei 2014 heeft het Uwv het bedrag van de terugvordering van het WW-voorschot nader vastgesteld. Uit de zienswijze van appellant volgt dat hij zich met dit terugvorderingsbedrag kan verenigen. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb wordt dit besluit niet in de beoordeling betrokken.
5. Appellant heeft verzocht het Uwv te veroordelen tot het vergoeden van wettelijke rente. Gelet op de hoogte van het door het Uwv vergoede bedrag aan wettelijke rente wordt het
ervoor gehouden dat dit punt geen onderwerp van geschil meer is.
6. Er bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten van appellant. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 1.217,50 in beroep en € 1.217,50 in hoger beroep, in totaal € 2.435,-. Aan te nemen valt dat de werkzaamheden die in de zaken van appellant, [naam 1] en [naam 2] gemoeid zijn geweest met het instellen van beroep en hoger beroep grotendeels dezelfde zijn geweest. Het gaat evenwel hier om verschillende uitkeringsperioden, verschillende terugvorderingsbedragen, drie verschillende besluiten, drie verschillende beroepschriften in eerste aanleg, drie uitspraken van de rechtbank en drie hoger beroepschriften. Om die reden kunnen de (hoger) beroepen van appellant, Schulting en
De Vries niet aangemerkt worden als samenhangende zaken in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Besluit.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • vernietigt de aangevallen uitspraak;
  • verklaart het beroep tegen het besluit van 7 oktober 2011 gegrond en vernietigt dat besluit;
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.435,-;
  • bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 156,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en B.M. van Dun en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2014.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) H.J. Dekker

RB