ECLI:NL:CRVB:2014:3800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- E.W. Akkerman
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen WIA-uitkeringsbesluit wegens ontbreken procesbelang
Appellant, werkzaam als jongerenwerker, viel uit wegens psychische klachten en kreeg een WGA-uitkering toegekend op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Na bezwaar en beroep werd de mate van arbeidsongeschiktheid bij een nieuw besluit verhoogd naar 80 tot 100%. De rechtbank vernietigde een eerder besluit vanwege onvoldoende onderbouwing van de geschiktheid van functies en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarbij appellant een hogere uitkering werd toegekend. Appellant bleef echter in hoger beroep gaan en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het UWV ten onrechte geen vergoeding van bezwaar- en beroepskosten toekende.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende procesbelang heeft omdat het hoger beroep niet tot een voor hem gunstiger resultaat kan leiden. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat een bestuursrechter geen uitspraak doet als het resultaat niet concreet gunstiger kan zijn. Ook de kostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake was van professionele bijstand.
Daarom verklaart de Raad het beroep tegen de aangevallen uitspraak en het besluit van 28 november 2012 niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.