ECLI:NL:CRVB:2014:3742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AWW-pensioen na huwelijk en afwijzing verzoek tot herziening
Verzoekster had haar AWW-pensioen ingetrokken gekregen per 1 januari 1994 omdat zij op 27 december 1993 in het buitenland was getrouwd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had dit besluit in 1996 genomen en dit was in eerdere procedures bevestigd door de Raad. Verzoekster deed meerdere verzoeken tot herziening, die telkens werden afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
In deze procedure voerde verzoekster aan dat het besluit op een ondeugdelijke grondslag berustte, omdat de huwelijksakte niet gelegaliseerd was en niet werd erkend door de gemeente. Zij stelde dat hierdoor sprake was van discriminatie en een onrechtmatige inbreuk op haar eigendomsrecht. De Raad oordeelde echter dat het huwelijk rechtsgeldig was vastgesteld en dat de intrekking van het pensioen op grond van het huwelijk rechtmatig was.
De Raad concludeerde dat de Svb terecht het verzoek tot herziening had afgewezen en dat geen sprake was van schending van verdragsbepalingen of het recht op effectieve rechtsbescherming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd, en het verzoek om schadevergoeding en voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het AWW-pensioen bevestigd.