ECLI:NL:CRVB:2014:3731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor pedicurekosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor zes pedicurebehandelingen, welke door het college werden afgewezen op grond van het ontbreken van een voorliggende voorziening en medische noodzaak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en het besluit van het college omdat de pedicurekosten niet onder een voorliggende voorziening vallen en het college de aanvraag onterecht heeft afgewezen op basis van artikel 15 WWB Pro.
De Raad beoordeelt de aanvraag vervolgens op grond van artikel 35 WWB Pro, waarbij eerst de noodzakelijkheid en bijzondere omstandigheden van de kosten moeten worden vastgesteld. Appellant slaagt er niet in de medische noodzaak voldoende te onderbouwen met objectieve gegevens; de verklaring van de huisarts bevat slechts een conclusie zonder nadere toelichting.
Daarom concludeert de Raad dat geen sprake is van noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden en wijst de aanvraag bijzondere bijstand af. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor pedicurekosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak en bijzondere omstandigheden.