ECLI:NL:CRVB:2014:3719
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebreken in Wuv-besluit inzake psychische klachten na overlijden vader
Appellant, geboren in 1938, verzocht in oktober 2011 om aanspraken op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) vanwege het omkomen van zijn vader in Auschwitz in 1943. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant vervolging had ondergaan en geen sprake was van ziekten of gebreken die verband hielden met het overlijden van zijn vader.
De Raad beoordeelde dat appellant als kind van een joodse vader en niet-joodse moeder niet tot de direct vervolgde groepen behoorde en dat er geen aanwijzingen waren voor eigen vervolging of onderduik. De Raad stelde vast dat de psychische klachten van appellant direct en redelijkerwijs moesten samenhangen met het overlijden van zijn vader, niet met indirecte gevolgen zoals het ontbreken van een vaderfiguur.
De Raad vond de motivering van verweerder onvoldoende om uit te leggen waarom het overlijden van de vader niet tot psychische klachten zou hebben geleid. Appellant had uitvoerig toegelicht welke impact het overlijden had gehad. Ook het feit dat de broer van appellant wel was gelijkgesteld, ondanks vergelijkbare omstandigheden, riep vragen op over de consistentie van de beoordeling.
De Raad concludeerde dat verweerder de motiveringsgebreken in het besluit moet herstellen en gaf daarvoor een termijn van zes weken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 november 2014.
Uitkomst: De Raad draagt verweerder op binnen zes weken de motiveringsgebreken in het besluit te herstellen.