ECLI:NL:CRVB:2014:3630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.F. Wagner
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet afsluiten zorgverzekering ondanks bezwaren op grond van levensovertuiging
Appellant werd door het Zorginstituut bij besluit van 1 september 2011 een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering. Ondanks aanmaningen en een tweede boete bleef appellant onverzekerd. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij op grond van zijn levensovertuiging niet verplicht mocht worden een zorgverzekering af te sluiten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de eerste boete niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wees het beroep tegen de tweede boete af. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bezwaar tegen de eerste boete wel tijdig was ingediend, omdat het Zorginstituut onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit tijdig was ontvangen.
De Raad wijst het beroep op artikel 9 EVRM Pro af, omdat het recht op vrijheid van gedachte en godsdienst niet zo ver reikt dat men zich kan onttrekken aan wettelijke verplichtingen die het solidariteitsbeginsel in de zorgverzekering waarborgen. Appellant had ook de mogelijkheid zorgtoeslag aan te vragen bij betalingsproblemen. Het beroep tegen de eerste boete wordt ongegrond verklaard en de uitspraak tegen de tweede boete bevestigd. Het Zorginstituut wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boetes wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering wordt afgewezen.