ECLI:NL:CRVB:2008:BC5658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning gemoedsbezwaarde wegens afgesloten particuliere verzekeringen
Appellant verzocht om ontheffing als gemoedsbezwaarde tegen de Zorgverzekeringswet op grond van zijn antroposofische levensovertuiging. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant meerdere particuliere verzekeringen had afgesloten, waaronder een opstalverzekering en een WA-verzekering voor zijn auto.
Appellant stelde dat de eis van gemoedsbezwaren tegen elke vorm van verzekering niet in de wet is opgenomen en in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en internationale verdragsbepalingen. De Raad overwoog dat de regeling een historische oorsprong heeft en dat de eis van gemoedsbezwaren tegen elke vorm van verzekering in lijn is met de wet en het doel van de regeling.
De Raad concludeerde dat het begrip gemoedsbezwaren objectief moet worden uitgelegd en dat het niet vereist is om in te gaan op de inhoud van de levensovertuiging. Ook oordeelde de Raad dat het recht op vrijheid van godsdienst niet zo ver reikt dat men zich op grond daarvan kan onttrekken aan wettelijke verzekeringsplicht.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering om appellant als gemoedsbezwaarde aan te merken wordt bevestigd.